Huiswerk groep 7

Huiswerk:

12 oktober juf Melis zinsontleding

31 oktober spellingsdictee 2

Krantenknipsel:

Deze week: Sem

Volgende keer: Nikky

 

Woordenschatwoorden van de week:

  • De arbeidsovereenkomst: een papier waarop staat wat je met je baas afspreekt als je ergens gaat werken. Er staat in waar je recht op hebt en wat je moet doen. Bijvoorbeeld: welk salaris je krijgt en hoe veel uur per dag je werkt.
  • De branche: alle bedrijven die hetzelfde soort werk doen.
  • De sector: een onderdeel of afdeling. Bijvoorbeeld: de onderwijssector en de zorgsector.
  • Functioneren: je werk doen zoals het moet.
  • Het tijdstip: één punt in de tijd. Bijvoorbeeld: het tijdstip waarop ik de televisie aanzette.
  • Inlassen: iets ergens tussen zetten. Bijvoorbeeld: een pauze inlassen.
  • Invallen: voor een bepaalde tijd de taken van iemand anders doen, bijvoorbeeld omdat diegene ziek is.
  • Meedraaien: meelopen en meedoen om te zien hoe alles gedaan moet worden. Bijvoorbeeld: een dagje meedraaien op je nieuwe werk.
  • Op tijd zijn: niet te laat zijn.
  • Tijdelijk: een tijdje. Het is niet blijvend.
  • Tijdig: op tijd, vroeg genoeg.
  • Zwoegen: werk doen dat heel moeilijk en zwaar is.
  • Aan de lopende band: als iets steeds doorgaat of steeds weer gebeurt.
  • Alledaags: gewoon, normaal. Het is niet bijzonder.
  • De aanvang: een ander woord voor het begin.
  • Definitief: als iets niet meer anders wordt.
  • Frequent: een ander woord voor regelmatig.
  • Incidenteel: heel af en toe. Het komt niet vaak voor.
  • Permanent: als iets niet na een korte tijd stopt, maar blijft voortduren.
  • Ruwweg: een schatting, niet precies. Bijvoorbeeld: ik heb ruwweg vijf uur gewerkt.
  • Versus: een ander woord voor tegen of tegenover. Bijvoorbeeld: het voetbalteam uit Zwolle versus het voetbalteam uit Assen.

Woordpakket 2

Woorden met /s/ die als c geschreven wordt

  1. de celstraf
  2. de felicitaties
  3. de citroen
  4. de centrale
  5. de procent
  6. de cervelaatworst
  7. de cirkelzaag
  8. het racisme
  9. de centen
  10. de ceremonie

Woorden met /k/ die als c geschreven wordt

  1. de accordeon
  2. de activiteiten
  3. de culturen
  4. de octaaf
  5. het dictee
  6. criminele
  7. de directeur
  8. de conducteur
  9. de camera
  10. acute
  11. het circus
  12. de controle
  13. de collega

Woorden die beginnen met ’s of eindigen op ‘s

  1. ’s woensdags
  2. de agenda’s
  3. ’s ochtends
  4. de bikini’s
  5. ’s maandags
  6. ’s nachts
  7. de paraplu’s
  8. ’s middags
  9. de camera’s
  10. de pony’s
  11. ’s zomers
  12. de auto’s

Delen via