Huiswerk groep 7

Huiswerk:

Toets geschiedenis 24 juni

Juf Melis 28 juni (opdrachten beschikbaar vanaf 21 juni)

Krantenknipsel:

In de week van 24 juni Sam Angelier

Woordenschatwoorden voor deze week:

  • Afmatten: ervoor zorgen dat iemand heel erg moe wordt.
  • Behendig: als je handig in iets bent.
  • De aanleg: iets waar je heel handig of goed in bent. Je leert dan snel hoe je dat moet doen of je kunt het al goed.
  • De bodybuilder: iemand die als sport zijn spieren goed traint. Daardoor is hij of zij heel gespierd.
  • De hoogmoed: als je denkt dat je het beter kunt dan andere mensen.
  • De krachtpatser: iemand die heel sterk en gespierd is en dat graag laat zien.
  • De tekortkoming: dat wat je niet goed kunt.
  • Fataal: als iets erg slecht eindigt.
  • Fysiek: wat met je lichaam te maken heeft, lichamelijk.
  • Mankeren: als iets niet helemaal goed is.
  • Roerloos: zonder beweging.
  • Uitputten: ervoor zorgen dat iemand heel erg moe wordt.
  • Behoedzaam: een ander woord voor voorzichtig.
  • Het zelfvertrouwen: Als je veel vertrouwen hebt in jezelf.
  • Sociaal: als je goed met andere mensen om kan gaan.
  • Tegendraads: als je iets anders wilt dan wat de meeste mensen willen.
  • Veeleisend: als je veel van andere mensen vraagt.
  • Verstijven: stijf worden, even niet bewegen.
  • Zelfverzekerd: als je veel vertrouwen hebt in jezelf. Je bent zeker van jezelf.
  • De zelfbeheersing: als je jezelf in kunt houden. Je doet dan niet wat je eigenlijk wilt, omdat je weet dat het niet verstandig is.
  • Duizelen: in de war zijn, omdat je heel veel informatie hebt gekregen. Je weet dan even niet wat je moet doen.
  • Uitbundig: erg druk en vrolijk.
  • Het fatsoen: als je netjes bent en je goed gedraagt.
  • Binnenstormen: als je ergens een beetje wild binnenkomt.

 

 

Delen via