Huiswerk groep 7

Huiswerk:

Dictee 24 april

Werkblad taal 26 april

Krantenknipsel:

Niemand

Woordenschatwoorden voor deze week:

Combineren: twee of meer dingen samen nemen.

De norm: dat wat de mensen normaal vinden.

De toevoeging: iets wat je ergens bij doet, je voegt het toe.

Geestig: als je erom kunt lachen, grappig.

Surrealistisch: als iets niet helemaal klopt met hoe het in het echt is. Bijvoorbeeld: een surrealistisch schilderij.

Imiteren: een ander woord voor iets of iemand nadoen.

Ontmaskeren: laten zien hoe iets of iemand echt is.

Authentiek: een ander woord voor echt.

Cynisch: iemand die nare grappen maakt, is cynisch.

Realistisch: als het lijkt op hoe het echt is.

Kunstzinnig: als je veel gevoel hebt voor kunst. Je kunt bijvoorbeeld mooie schilderijen maken.

De namaak: iets wat niet echt is. Het is nagemaakt.

Aansprekend: als je er interesse in hebt of het mooi vindt.

De gratie: een ander woord voor sierlijkheid.

De proportie: hoe groot iets is in verhouding tot iets anders.

De structuur: hoe iets is opgebouwd.

De symmetrie: als twee helften het spiegelbeeld van elkaar zijn.

De technicus: iemand die veel verstand heeft van techniek.

De verfraaiing: een versiering om iets anders mooier te maken.

Expressief: iets waarin je gevoel kunt zien, is expressief.

Fraai: een ander woord voor mooi.

Grafisch: als iets met beeld (bijv. een tekening) is weergegeven.

Industrieel: alles wat met fabrieken te maken heeft.

Ritmisch: als iets een bepaald ritme heeft.

 

Woordpakket 4  

Woorden met –b- 

  1. absurd
  2. de absentie
  3. de observaties
  4. subtropisch
  5. de kebab
  6. de slab
  7. de krab
  8. de voetbalclub
  9. de snob
  10. het obstakel 

 Woorden met –y- 

  1. de hobby
  2. het mysterie
  3.  de yoghurt
  4. sorry
  5. de panty
  6. de lolly
  7. de puppy
  8. de nylon
  9. de buggy
  10. het fysiek 

 Woorden met trema 

  1. de knieën 
  2. de mozaïek 
  3. officiële 
  4. de patiënt 
  5. de ideeën 
  6. de skiër 
  7. drieëntwintig 
  8. de egoïst 
  9. tweeën 
  10. de bacteriën 

 Leenwoorden 

  1. de trainer 
  2. het plafond 
  3. de expert 
  4. het budget 
  5. het interieur 
  6. de kaasfondue 
  7. het interview 
  8. de ticket 
  9. de ambulance 
  10. het plastic 

Delen via