Huiswerk groep 8

Huiswerk:

Rekenen DONDERDAG! 21 februari

Toets geschiedenis 7 maart

Krantenknipsel:

Deze week: Jens Volgende keer: Michelle

 

Woordenschatwoorden van de week:

Afgezien van: als je iets niet meetelt, met uitzondering van… Bijvoorbeeld: Afgezien van de regen was het een prachtige dag.

Akkoord gaan: zeggen dat je iets goed vindt of het ergens mee eens bent.

Bij nader inzien: nu ik er nog eens over nadenk.

De aanhanger: als je het eens bent met een persoon of groep. Je sluit je bij die persoon of groep aan.

De gelijkheid: als iedereen gelijk is. Iedereen is evenveel waard en heeft dezelfde rechten.

De invloed: als je veel invloed hebt, dan luisteren de mensen naar wat je zegt. Ze doen iets met jouw ideeën.

De visie: hoe je over iets denkt.

De voorloper: iemand die iets heeft gedaan voordat andere mensen het gaan doen.

Uitlekken: als iets bekend wordt wat de mensen eigenlijk nog niet hadden mogen weten.

Boycotten:  iets niet meer doen of tegenhouden. Bijvoorbeeld: geen handel meer drijven met een land totdat ze een gevangene vrijlaten.

Propageren: goede dingen zeggen over iets of iemand, omdat je wilt dat de ander iets gaat doen.

Ten opzichte van: als je het vergelijkt met. Bijvoorbeeld: ten opzichte van vorig jaar is er dit jaar veel regen gevallen.

De controle hebben over: als je de controle over iets hebt, dan bepaal jij wat er wel of niet gebeurt. Je bent er de baas over.

De inburgering: als je in een ander land gaat wonen en de gewoontes en de taal van dat land leert.

De onafhankelijkheid: als je niet afhankelijk bent van andere mensen. Je kunt het zonder hulp doen.

De opleiding: de lessen op een school, die je volgt om een beroep te leren.

Iemand iets opleggen: zeggen dat iemand iets moet doen, hem of haar dwingen.

Preventief: er van tevoren voor zorgen dat iets naars niet kan gebeuren.

De zelfstandigheid: als je iets zelfstandig kunt. Je kunt het zonder hulp van andere mensen.

Anoniem: zonder naam. Je weet niet van wie iets is. Bijvoorbeeld: een anonieme brief.

De corruptie: als iemand geld krijgt om dingen te doen die eigenlijk niet mogen.

De gedupeerde: iemand die nadeel van iets heeft of het slachtoffer is.

Zich ontwikkelen: steeds meer leren. Daardoor kun je steeds meer dingen of kun je dingen steeds beter.

Maatschappelijk: alles wat te maken heeft met de samenleving (de maatschappij).

 

 

Delen via